Hollandsche manege

Oude Toestand

Strip-sloop & kelder

Categorie: Tag:

Beschrijving

Geschiedenis

Hollandsche Manege, een inpandig gelegen complex bestaande uit een gang onder de huizen van de Vondelstraat door, een piste met ijzeren kap, omgeven door stallen, trappenhuis, foyer, toeschouwers- en orkestbalkons enz., alles in eclectische neo-renaissancestijl.

De architect A.L. van Gendt wordt op 24 februari 1881 verzocht een plan te maken voor de nieuwe manege. In 1889 volgt, na diverse niet uitgevoerde ontwerpen, uiteindelijk de uitbreiding van de Manege aan de Overtoom (op dat moment nog Vondelkade). Tussen 1889 en 1948 zijn geen verbouwingen bekend. Toch is op een luchtfoto uit 1925 te zien dat er drie lantaarns op het dak van de rijbaan aanwezig zijn, in plaats van één zoals op de ontwerptekeningen aangegeven staat. In 1948 wordt een vergunning aangevraagd voor “het afbreken en opbouwen van een gedeelte van het perceel Vondelstraat No. 140 wegens bouwvalligheid en in gevolge de eis van het Gemeentelijk Bouw- en woningtoezicht te Amsterdam”. In 1961 wordt het pand eigendom van de Stichting Philips Pensioenfonds, waarna tot 1980 verschillende eigenaren volgen. Allen kopen zij de manege als speculatieobject met als doel de sloop van het complex. Aan onderhoud wordt in deze jaren niets gedaan. In de jaren ‘70 wordt een publiekelijk debat over de sloop of het behoud van de Hollandsche Manege gevoerd. Waarna in 1974 wordt het complex aangewezen als rijksmonument. In 1980 koopt de gemeente Amsterdam het complex. Na aankoop door de gemeente volgen van 1981 tot 1984 enkele eerste noodmaatregelen. Van 1984 tot 1986 volgt een restauratie door architect Bart van Kasteel. Na de jaren ’80 vinden er nog een aantal wijzigingen plaats.


 

Achtergronden, aanleiding en doel (+planvisie)

In het kader van ‘verkoop gemeentepanden’ zijn de zogenoemde ‘kroonjuwelen’ benoemd. Deze zijn beoogd te verkopen aan ‘restaurerende instellingen’ die duurzaam beheer en herstel kunnen garanderen. De Hollandsche Manege was één van die objecten.

Stadsherstel Amsterdam heeft na globaal vooronderzoek de verantwoording genomen om de Hollandsche Manege duurzaam te herstellen. Complexiteit van de opgave is dat er voor de gemeente als eigenaar een zwaar negatieve exploitatie lag van ca. €80.000 – €100.000 per jaar en mede daardoor (geconstateerd) ca. 8 ton achterstallig onderhoud is ontstaan.

Een andere complexiteit is dat het functioneel gebruik van ‘manege’ tevens een dienstwoning / 24-uurs aanwezigheid vereist. Onderzocht is hoe een dienstwoning gerealiseerd kan worden in de kap boven de stallen zonder dat ‘het monument’ visueel aangetast wordt en het ‘Manegebedrijf’ door kan blijven functioneren.

 

Visie:

De toekomstige situatie zal in hoofdlijnen ongewijzigd blijven ten opzichte van de huidige situatie. Het doel is om de Hollandsche Manege als functionerende manege en Levend Paardenmuseum te herstellen als monument, te verduurzamen en levensvatbaar te maken.

Het Levend Paarden Museum als hoofdhuurder en gebruiker versterkt karakter, kwaliteit en blijvende verbondenheid van de manegefunctie op een unieke plaats in Amsterdam.

De museumfunctie draagt ook bij aan uitstraling, maar ook aan aantrekkelijke en diverse functie voor buurt / omgeving en (ontlasten van binnen)stad.

Door de verschuiving in accent van gebruik is opbrengsten optimalisatie, ook van de facilitaire horeca, realistisch.

De Manege wordt op deze wijze ook op alle gebieden veel toegankelijker voor een veel grotere groep Amsterdammers en toeristen.

 

Op de kaart