Muiderkerktoren

Adres: Lineausstraat 35, Amsterdam
Bouwjaar: 1892
Architect: G.W. Fixseboxse
Restauratie architect: Architectenbureau J. van Stigt
Opdrachtgever: Stadsherstel Amsterdam NV
Bouwbedrijf: Bouwbedrijf M.J. de Nijs en zn.  
Bouwsom:  
Start bouw: 2010
Jaar van oplevering: zomer 2012
Bijzonderheden: Een bijzonder project met 100% leerlingbouwplaats-plekken

 

Beschrijving

Muiderkerktoren, een bijzonder project met 100% leerling bouwplaats

De Muiderkerktoren staat al jarenlang als een eenzame “marker” op de Linnaeusstraat schuin tegenover het Tropenmuseum. Wie naar de Muiderkerktoren kijkt, moet constateren dat deze wel erg vreemd tegen de nieuwbouw van het Instituut van de Tropen (KIT) aan staat. Andre van Stigt: “de toren is eigenlijk een karikatuur omdat deze sinds de brand in 1989 feitelijk geen functie meer heeft. Wél is de kerktoren nog een symbool van het sociale hart van de kerk. Ook is het vanuit de Linnaeusstraat bekeken een markant neoclassicistisch ijkpunt, net gelegen buiten de stadsveste. De architect van het gebouw, G. W. Fixseboxse, heeft enkele kerkgebouwen op zijn naam staan, de Muiderkerk is gebouwd in 1892”.

Andre van Stigt is als architect verbonden aan het project Muiderkerk. Hij werkt als architect regelmatig samen met Bouwbedrijf M. J. de Nijs. De aanleiding voor zijn inbreng in het project Muiderkerk is echter van bijzondere aard; hij ontving in 2009 de Gouden Piet Kranenberg Ring uit handen van Duco Stadig, voormalig wethouder van Amsterdam en kerkvoogd van de Hervormde Muiderkerkgemeente. Andre verbond vanuit zijn positie in de Stichting Agora Europa een zorgtaak aan de renovatie (2010) van de Muiderkerktoren, als symbool van het motto: nieuw leven voor oude gebouwen.

Duurzaam beheer voor niet-rijksmonumenten als de Muiderkerktoren is een groot probleem. Om te beginnen, wilde Andre van Stigt het achterstallig onderhoud van de toren aanpakken, een volgende stap zou zijn het geven van betekenis aan het gemeentemonument, want dat is de Muiderkerk wel. Voor hulp klopte hij aan bij het Stadsdeel en bij een woningcorporatie, maar daar kreeg hij de handen niet op elkaar. Gelukkig stak De Nijs zijn nek uit en konden ze de toren weer maatschappelijke betekenis geven. Het gaat in dit project niet om aannemen, maar om het in stand houden van het bouwambacht. De inzet van leerlingen die worden begeleid door een leermeester op de bouwplaats is in dit project van groot belang.

Restauratie toren met leerlingen

Er zijn extra vloeren ingebracht. Vroeger was de hoogte tussen twee vloeren 5 meter en dat is nu 2,5 meter geworden. Verder is een liftconstructie ingebracht en zijn verbeteringen aangebracht qua lichtinval in de toren.

Het plan gaat er vanuit om de torentoegang op de begane grond gezamenlijk te gebruiken, samen met een klein stukje voorportaal, nl. ca. 2×10 meter, het gebiedje dat boven tussen de toren en het achterliggend kantoorpand zit. De deuren worden tot de kolommen opgeschoven. De twee zijnissen links en rechts blijven vrij, omdat het geliefde hoekjes zijn waar mensen zich even terug kunnen trekken. Op de begane grond blijven de tussenwanden dan ook gesloten en geïsoleerd, alleen de deuren zijn transparant; bij hoogtijdagen, trouwerijen en begrafenissen kan het doorgangsportaal gewoon worden gebruikt.

Het werk dat de leerlingen verrichten, vindt van Stigt in het kader van het project heel belangrijk. “Dan kan het gaan om het maken van houtverbindingen, maar net zo belangrijk is dat zij leren samenwerken. Dat zij ervaren dat er in een project als dit heel veel specialismen samenkomen. En vergeet ook niet dat de leerlingen hier de nodige discipline wordt bijgebracht. Of het nu gaat om het ontwikkelen van werktempo of het op tijd op het werk verschijnen. Zij leren hier vooral door te doen”.

In het onderhoudsbeheer van een grote stad als Amsterdam zijn heel veel verbeteringen mogelijk volgens Andre van Stigt: “Daar loopt men niet alleen heel erg achter, er gaan bovendien ook heel vaak dingen fout. Daarom roep ik op de leermeester samen met leerlingen structureel maatschappelijk onderhoud aan gebouwen te laten plegen. Het opleiden van die leerlingen moet geen luxe zijn. Dat kan volgens mij zelfs budgetneutraal als je één leermeester op vier leerlingen zet. Die leermeester kan heel goed een 55-plusser zijn die is vrijgemaakt door middel van een sociaal plan van het bouwbedrijf waar hij eerst heeft gewerkt. Zij kunnen als geen ander het vakmanschap overbrengen op leerlingen die open staan voor kennis en die graag met hun handen willen werken. Amsterdam moet weer trots worden op zijn bouwambachten en dat is hard nodig”.

In de loop van het proces is Stadsherstel bereid gevonden om de toren af te nemen en te exploiteren. Er is inmiddels een huurder gevonden, een samenwerking van kinderartsen, die op deze bijzonder plek in Oost praktijk gaan houden.
In de zomer van 2012 is het project afgerond en prijkt de toren weer in volle glorie aan de Linnaeusstraat, tegenover het Oosterpark.

 

Op de kaart