Posthoornkerk

Adres: haarlemmer Houttuinen 47 / Haarlemmerdijk 124, Amsterdam
Bouwjaar: 1863
(voortorens 1889)
Architect: P.J.H. Cuypers
J. Cuypers (voortorens)
Restauratie architect: Architectenbureau J. van Stigt
Opdrachtgever: Stichting De Posthoornkerk
Bouwbedrijf:  Bouwbedrijf M.J. de Nijs en zn. bv
Bouwsom:  ca. €1.7000.000,-
Start bouw: 1988
Jaar van oplevering: 1989
Bijzonderheden:

 

Categorie:

Beschrijving

De Posthoornkerk (1863) is de eerste neogotische kerk die Pierre Cuypers in Amsterdam heeft ontworpen. De kerk is de opvolger van de gelijknamige schuilkerk aan de Prinsengracht, die in die tijd te klein en bouw­vallig is geworden. In 1963 na de viering van het 100-jarig bestaan, lijkt het kerkgebouw geen lang leven meer beschoren als religieus centrum. Ongeveer in dezelfde tijd wordt met de sloop van de Haarlemmer Houttuinen – het achterland van de kerk – gestart en moeten ca. 2.000 bewoners dit deel van de binnenstad verlaten. De oude parochiale structuur van de binnenstad wordt opgeheven en de katholieke kerken komen allemaal onder het bestuur van de R.K. Citykerk. Verminderd kerkbezoek en een afnemende waardering voor grote monumentale kerkgebouwen leiden tot het voornemen de Posthoorn en enkele andere kerken af te stoten. De Citykerk laat plannen maken om zowel de Posthoorn als de Duif aan de Prinsengracht te slopen en op die plekken bejaardenwoningen te bouwen. De buurt verzet zich tegen die plannen en deelt pamfletten uit; de sloop van de Posthoorn is een openbare zaak geworden.

Vijftien jaar touwtrekken voor behoud van de Posthoorn

Op 11 februari 1975 beslist B&W dat van gemeentewege aan sloop geen medewerking zal worden verleend. In 1976 wordt de Posthoorn gesloten en vraagt het kerkbestuur toch een sloopvergunning aan, die nog in hetzelfde jaar door minister Harry van Doorn van CRM  wordt geweigerd vanwege het architectonisch en stedenbouwkundig belang van de kerk (de kerk staat sinds 1973 op de Rijksmonumentenlijst).

Op 2 september 1980 besluit B&W op basis van dit plan het Posthoorncomplex aan te kopen en in te richten als sociaal-cultureel centrum. Zij stellen voor om de kerk ‘om niet’ over te nemen. Dat is echter niet aanvaardbaar voor de Citykerk, die voor de verkoop van de kerk een bedrag van ƒ58.300 wil ontvangen. Op 31 maart 1981 besluit de Raad van State alsnog de sloopvergunning aan de Citykerk te verstrekken, omdat de gemeente Amsterdam de kerk uitsluitend voor het symbolische bedrag van ƒ1,- wil aankopen.

Maar inmiddels is de kerk op 5 juli 1980 gekraakt.

In 1984 adviseert de Beroepscommissie Bouwverordening de gemeenteraad om sloop toe te staan. De toestand van het gebouw is snel verslechterd en B&W heeft laten weten geen middelen voor aankoop c.q. exploitatie beschikbaar te hebben.

In de jaren daarna ontwikkelt de gemeente dan ook een plan voor sloop en nieuwbouw van 23 woningen, dat door wethouder Jan Schaefer wordt onderschreven. Op basis van het bestemmingsplan kan het bestaan van de kerk nog 3 jaar gerekt worden.

Daarom maakt de Stuurgroep De Posthoorn een alternatief, financieel haalbaar plan. Op 20 juni 1986 wordt de nieuwe stichting De Posthoornkerk opgericht, die de kerk in eigendom wil verwerven en een nieuwe bestemming wil geven

Een nieuw plan voor hergebruik van de Posthoornkerk

Op basis van zijn ervaringen bij de inmiddels met succes aangepakte Vondelkerk maakt André van Stigt een hergebruikplan voor de Posthoorn, op basis van een door de Stichting opgesteld bouw- en exploitatieplan. In januari 1987 wordt dit plan aan de wethouders Monumentenzorg en Stadsvernieuwing aangeboden met een exploitatieopzet en een restauratiebegroting annex verbouwingsplan in bestekklare vorm. In april 1987 besluit B&W in het kader van het Uitvoeringsplan Posthoorncomplex akkoord te gaan met de door de Stichting ontwikkelde uitgangspunten. Ook de Commissie van Bijstand Stadsvernieuwing is akkoord. De Stichting krijgt tot 1 januari 1988 de tijd om het plan nader uit te werken. Bovendien stelt de gemeente ƒ50.000 beschikbaar uit het stadsvernieuwingsfonds voor de planontwikkelingskosten. De provincie stelt een­zelfde bedrag beschikbaar uit het Stimuleringsfonds Stads- en dorpsvernieuwing omdat ze het plan ziet “als een bekroning van de stadsvernieuwingsactiviteiten in de Haarlemmerbuurt”. In december 1987 wordt het bouwplan goedgekeurd door B&W en in februari 1988 gaat de restauratie van start. Op 26 april wordt de stichting juridisch eigenaar van de Posthoornkerk, aan haar in erfpacht uitgegeven door de gemeente Amsterdam en eenmalig afgekocht voor een bedrag van ƒ350.000. Daarbij was een niet onbelangrijke factor dat Joop van Stigt goede contacten onderhield met deken Suidgeest van de R.K. Citykerk, via het bestuur van het Begijnhof. Joop stelde zich uiteindelijk persoonlijk garant voor de betaling van het aankoopbedrag

Uitgangspunten voor het nieuwe ontwerp

Over de uitgangspunten die hij heeft gehanteerd bij de verbouwingsplannen voor de Posthoorn zegt André van Stigt in een interview met het blad Heemschut (nr. 2, april 1992):

“Als we met een dergelijk project beginnen, gaan we eerst na wat de karakteristieken van het gebouw zijn. Die proberen we in ieder geval overeind te houden. Er wordt bij objecten als de Cuyperskerken wel geopperd er woningen in te bouwen, maar je confronteert een gebouw met een hele ruime overspanning dan ineens met een veel kleinere schaal, terwijl de maatvoering in de Cuyperskerken heel streng is. Kijk, ik denk niet dat je historiserend moet bouwen, dat heb ik in de Posthoornkerk ook niet gedaan. Wel heb ik het volledige maatsysteem over­genomen in de puien, in de verdeling en in de hoogte. Het was natuurlijk toch een zware ingreep waar enorme discussies over zijn geweest. Aan de andere kant zijn gebouwen nooit als monument gemaakt, het zijn gebruiks­voorwerpen. Ook de Amsterdamse grachtenpanden hebben steeds weer veranderingen doorgemaakt.”

In een artikel in de wijkkrant van wijkcentrum De Gouden Reael ter gelegenheid van de feestelijke opening van de Posthoornkerk gaat André van Stigt nader in op de wijze waarop het ontwerp tot stand is gekomen: “Voor het hele gebouw is gekozen voor een uiterste soberheid; geen toprestauratie, maar een ‘overwinteren’, de franje komt later. Het gebouw moet technisch goed en bruikbaar zijn. Het was de bedoeling om het volume en de eenheid van het gebouw zoveel mogelijk in stand te houden. Hoe lager de kosten van verbouwing en restauratie hoe minder m2 exploiteerbare ruimte er gecreëerd hoefde te worden. Het betere is hier de vijand van het goede. Het middenschip en de twee galerijen dienden – als belangrijkste karakteristiek van deze neogotische kerk – als ruimtelijk uitgangspunt. Het koor, het transept en een groot deel van het schip blijven als openbare ruimte gehandhaafd voor tentoonstellingen, manifestaties en voorstellingen. In de later aangebouwde traveeën en in de twee zijgalerijen zijn nu, in drie lagen, werkruimten gemaakt. In dit kantorendeel heeft de vereiste werk­ruimtekwaliteit de doorslag gegeven: hier zijn extra ramen aangebracht met blank glas, vloerverwarming en een basispakket aan voorzieningen zoals toiletten, pantry´s en elektrische installaties. De ontsluiting vindt plaats vanuit de vier bestaande spiltrappen. Onder het gebouw is over de hele oppervlakte een kelder uitgegraven. Dit was nodig om de fundering te herstellen, maar vooral om op onzichtbare wijze goedkope ruimte te creëren. In totaal zijn er negen werkruimten in het gebouw, die onderling te koppelen dan wel te splitsen zijn. De ruimten variëren van 1200 m2 tot 420 m2, tezamen 2200 m2. Slechts functionele aantastingen van de kerk hebben wij onszelf toegestaan. Functioneel in de zin dat voor het nieuwe gebruik een aantal aan­passingen noodzakelijk waren. De nieuwe puien, de vloerhoogten en de ramen zijn gebouwd volgens de maat­systematiek die Cuypers, geheel volgens de leer van Violet le Duc, heeft toegepast. Wij hebben niet historiserend willen bouwen, maar met respect voor het aanwezige.“

Actiegroepen komen op voor het algemeen belang

In hetzelfde artikel voor de wijkkrant maakt van Stigt duidelijk wat de betekenis is van de strijd voor behoud en hergebruik van de Posthoornkerk en de Vondelkerk:

“Het bijzondere van de restauratie en verbouwing van de Vondelkerk en de Posthoornkerk is dat de projecten werden opgezet en voltooid door actiegroepen die zich ontfermden over beschermde monumenten. Zij namen dus een taak op zich die in feite – omdat het hier gebouwen van algemeen belang betreft – bij de overheid berust. Zonder een cent eigen kapitaal wisten zij vervolgens die monumenten in goede staat en rendabel aan de gemeenschap terug te geven, gelukkig dankzij de medewerking van verschillende overheden, het bedrijfs­leven en talrijke particulieren, zodat wel degelijk een breed draagvlak aanwezig is. Dat brede draagvlak komt ook tot uiting in de diverse manifestaties en evenementen die door de buurt en voor de buurt worden georganiseerd. In de periode dat de Stuurgroep De Posthoorn de verantwoordelijkheid op zich neemt om het gebouw goed te laten “overwinteren” vinden tal van acties en activiteiten plaats. Er worden rommelmarkten georganiseerd; de kerk vervult een belangrijke rol in de Culturenweek van het buurthuis en het Zomerfestival van het Shaffytheater en ook de kinderen van de naburige Burghtschool worden op voorstellingen getrakteerd, zoals die van mimespeler Hakim.”

Maar niet alleen de buurt is tevreden over het resultaat; ook de professionele monumentenbewakers komen tot een positief oordeel zoals blijkt uit het artikel van Jaap Kamerling in het blad Heemschut:

“De restauratie en verbouwing van de kerk is schitterend gelukt. Er is een hechte eenheid ontstaan van oud en nieuw door dezelfde maatsystematiek toe te passen die P.J.H. Cuypers heeft gehanteerd. De nieuwe inwendige puien, maar ook alle inbouwelementen zijn visueel zoveel mogelijk los gehouden van de bestaande constructies, zelfstandig en herkenbaar. Nieuwe deuren en ramen kregen een eigen vormgeving en een eigen kleur. Verder heeft architect André van Stigt veel gebruik gemaakt van glas, waardoor er vrijwel niets aan ruimtelijkheid verloren ging. De bestaande galerijenstructuur bleef daardoor ook zichtbaar. Net als bij de Vondelkerk bleek ook hier weer dat de krachtige en dominante architectuur van Cuypers een heldere, eenduidige ingreep goed kan verdragen.”

 

Op de kaart