Westerkerk

Adres: Prinsengracht 281, Amsterdam
Bouwjaar: 1620-1638
Architect: Hendrick de Keyser en zoon Pieter de Keyser
Restauratie architect: Architectenbureau J. van Stigt
Opdrachtgever: Hervormde gemeente Amsterdam
Bouwbedrijf:  Koninklijk aannemersbedrijf Woudenberg-Ameide bv
Bouwsom:  ca. €4.540.000,-
Start bouw: 1984
Jaar van oplevering: 1984
Bijzonderheden:

 

Categorie: Tags: ,

Beschrijving

Geschiedenis

De Westerkerk is gebouwd als gevolg van de grote uitbreiding van Amsterdam in de 17e eeuw. Omdat de hervormde kerk, toen nog gereformeerde kerk geheten, de staatskerk was, werd de kerk op stadskosten gebouwd. Hendrick de Keyser, in de 17e eeuw bouwmeester in dienst van de stad en architect van het stadhuis op de Dam, het huidige Koninklijke paleis, maakt het ontwerp. Hoewel de kerk in 1631 in gebruik is genomen, komt de toren pas in 1638 uit de steigers. Na de dood van Hendrick de Keyser in 1621, zet zijn zoon Pieter het werk voort. Hij past het ontwerp iets aan, aan de nieuwe trend in de architectuur: klassieke strengheid. Het bovenstuk van de toren is daarom veel strakker geworden. De Westerkerk was het pronkstuk van de gemeente, vandaar al die stadswapens en de Keizerskroon boven op de toren. In de Westerkerk worden kooplieden, ambachtslui, enkele schilders en andere meer of minder gegoede burgers begraven.

Rembrandt, die in 1669 in de kerk is begraven, wordt sinds 1906 met een monument geëerd. Vanaf de jaren ‘30 raakt de kerk steeds meer in verval. Kort na de viering van het 350-jarig bestaan, in 1981, wordt de kerk voor de uitvoering van de dringendste reparaties gesloten. De toren wordt door de stad gelukkig goed onderhouden; elke twintig jaar krijgt hij een opknapbeurt.

Ervaringen met de kerkrestauraties 1984

Begin jaren ’80 wordt het duidelijk dat restauratie van de kerk niet langer kan worden uitgesteld. Joop van Stigt wordt gevraagd een restauratieplan te ontwerpen. Een volledig herstel wordt door architectenbureau Van Stigt geraamd op € 4.5 mln. Het rijk neemt 80% voor zijn rekening, de resterende 20% wordt opgebracht door de Hervormde Gemeente zelf en door fondsenwerving van de Stichting Restauratie Westerkerk. De actie ‘Redt de Wester’ zorgt, mede door een puzzelactie in samenwerking met de NCRV, voor de laatste centen.* In 1984 wordt gestart met restauratiewerkzaamheden aan de kap. Behalve herziening van de afwatering, is de eikenhouten dakconstructie grotendeels vervangen door een houtsoort die tegen zwam en boktor bestand is en geen looizuur bevat dat de loden dakbedekking aantast. Na de kap worden de muren aangepakt. De 17de-eeuwse ijzeren ankers en kettingen die het gebouw bij elkaar hielden, waren totaal verroest en veroorzaakten scheuren. Ze worden vervangen door roestvrijstalen exemplaren. De in goede staat verkerende bakstenen worden schoongemaakt, de slechte vervangen door 17de-eeuwse stenen van elders. Op onzichtbare plaatsen komt nieuwe baksteen en natuursteen. Het voegwerk wordt opnieuw gedaan, waarbij vochtdoorlatende specie wordt gebruikt, zodat de muren kunnen ‘ademen’. Het oude Adema-orgel wordt in volle glorie hersteld en aan de buitenkant wordt de Keizerskroon weer geheel gerestaureerd. Echter zorg en onderhoud voor deze fraaie kerk zal altijd noodzakelijk blijven.

Zeventiende-eeuws op het eerste gezicht

Het oordeel van de kunsthistorici Van Koningsbruggen en De Groot over de manier waarop de restauratie is uitgevoerd: “Elektrische schuifdeuren in het torenportaal laten er geen twijfel over bestaan: we leven in de 20ste eeuw. Binnen lijken we terug te gaan in de tijd: de zerkenvloer is terug, evenals de kolombanken aan de noordzijde. Om voorgoed met het vochtprobleem af te rekenen is een uitgebreid vloerverwarmingssysteem aangelegd. Nadat men de houten vloer had verwijderd, is de gravenvloer opengebroken. Toen de verwarmings­installatie was geplaatst, is de vloer op hoogte gebracht. Beschadigde grafstenen werden gelijmd of aangeheeld en keurig op nummer gelegd. Het resultaat is 17de-eeuws op het eerste gezicht, maar de echo van de tijd verdween met de verdwijning van karakteristieke onregelmatigheden en de verweerde stenen. De muurbanken staan op hun oorspronkelijke plaats. Met de aanleg van een vloerverwarmingsbuis achter en ventilatieroosters voor de banken, is het rottingsproces als gevolg van condensvorming tussen de koude buitenmuur en het warmere hout, voorgoed een halt toegeroepen. De muren zijn opnieuw gepleisterd en voorzien van ‘ademende’ verf; wit op de wanden en grijs op kroonlijsten, pilasters, pijlers en gewelven. Er is geen vocht- of verweringsplekje meer te bekennen. Ook de vergulde rozetten op het snijpunt van de ribben zijn hersteld. De natuurstenen onderdelen steken met hun roomkleurige verflaag helder af tegen de bakstenen, die sinds de 17de eeuw wel wat donkerder rood zijn geworden. Het is trouwens best mogelijk dat vroeger het baksteen ook was geverfd, om onregelmatigheden te verdoezelen. Schone schijn was de 17de-eeuwer beslist niet vreemd. Opvallend is ook de verlichting in kerk. De kronen uit 1863 zijn vervangen door replica’s van die uit de 17de eeuw, waarin op hoogtijdagen echte kaarsen branden. Hoewel sommigen de pothuisjes wilden laten slopen – ze zouden het aanzien van de kerk, het ritme van de steunberen verstoren – zijn ze toch opgeknapt. De Lairesses orgelluiken, met daarop een dansende koning David en koningin Sheba die koning Salomon geschenken brengt, zijn even helder en kleurig als in de 17de eeuw. Aan de benedenkast hangen de luiken weer. De restauratie heeft totaal 7 jaar geduurd tussentijds gingen de kerk- en cantatediensten gewoon door. De Westerkerk is voorlopig weer klaar voor haar dubbelfunctie, als huis van een bloeiende kerkgemeenschap en als centrum van cultu­rele activiteiten.”

 

Op de kaart